Vooral rond Kerstmis zijn veel mensen het erover eens dat we aardig voor elkaar zouden moeten zijn. Mensen verhongeren terwijl anderen van gekkigheid niet weten waar ze hun geld aan uit moeten geven. Dat is niet OK.
Een beroemde filosoof die deze boodschap uitdraagt is Peter Singer. Hij stelt ons de vraag of we moeten helpen als een kind dreigt te verdrinken in een vijvertje als we daar vieze schoenen van krijgen. De combinatie van het grote belang voor het kind en de beperkte ongemakken voor de redder, maakt de keuze voor de meeste mensen makkelijk: niet helpen zou wreed zijn.
Vervolgens stelt hij ons de vraag of het uitmaakt als het kind dat in de problemen zit in een ver land woont. Voor de beleving maakt het zeker uit: voor je neus ellende zien is schokkender dan ellende op televisie. Het is echter lastig, misschien zelfs wel onmogelijk om een goede reden te verzinnen waarom het juist is om het kind voor je neus wel te helpen, en het kind in een ver land niet.
Natuurlijk zijn er grenzen. Er bestaan zoveel mensen die het moeilijk hebben, dat ik al mijn geld weg zou kunnen geven. Op dat moment zou ik er zelf waarschijnlijk onder lijden: als ik geen enigszins normale kleding meer kan kopen, zou mijn werkgever me bijvoorbeeld misschien ontslaan. En dan heb ik het nog niet eens over daadwerkelijk gevaar lopen om een ander te redden. Je kunt echter volgens mij een hoop anderen gelukkiger maken, voordat je er zelf onder lijdt.
Armoede is niet het enige soort lijden dat we zouden moeten proberen te beperken. Het is ook zinvol om het lijden van een dier af te wegen tegen het eventuele ongemak van geen of weinig vlees eten. Of het lijden van iemand die eenzaam is af te wegen tegen het ongemak van iemand voor het eten uitnodigen die niet zo cool is als jijzelf.
Peter Singer heeft volgens mij een belangrijk punt: we zouden veel beter ons best moeten doen voor anderen die lijden. Net zo weinig doen als de gemiddelde persoon doet, wordt dan misschien als normaal beschouwd, maar is ook bijzonder wreed.

 

Utilitarisme en vrijheid
Mogelijk vraagt u zich af hoe de leer van Singer te matchen valt met mijn andere wens: maximale vrijheid. Peter Singer is een utilitarist: hij streeft naar maximaal geluk voor de mensheid. Het lijkt lastig om te ontkennen dat dit min of meer de definitie van een “betere wereld” is.
Mensen die vrijheid erg belangrijk vinden, hebben vaak een sterke afkeer tegen utilitarisme. De reden hiervoor is dat voor utilitaristen het belang van het collectief centraal staat. In het libertarisme staan rechten van het individu centraal. Deze zorg is terecht: overheden kunnen uit naam van utilitarisme onze vrijheden inperken. Gelukkig bestaat er een overtuigende oplossing voor dit schijnbare probleem: als het doel is om “de mensen” gelukkig te maken, is vrijheid de beste, of misschien zelfs wel de enige weg ernaartoe. Vrijwel alle  pogingen om mensen door middel van dwang gelukkiger te maken zijn total kansloos: inperking van vrijheid maakt ons bijna per definitie minder gelukkig.

 

Behulpzaamheid en belasting
Sommige mensen maken de fout om een pleidooi voor behulpzaamheid te beschouwen als een oproep om belasting te betalen. (Voorbeeld: de huidige campagne van Oxfam Novib voor het betalen van belasting.) Daar ben ik het uitdrukkelijk niet mee eens! De overheid beschouw ik in het gunstigste geval als een extreem inefficiënt goed doel, of als een welwillende club die ons in de praktijk veel ongelukkiger maakt. (Ik ben nou eenmaal geen complot-denker…) Denkt u daar werkelijk anders over? Heeft u wel eens overwogen om vrijwillig extra belasting te betalen in plaats van geven aan een goed doel? Hopelijk niet…