Vrije handel is geweldig. Doordat mensen vrijwillige keuzes maken om wel of niet te ruilen, wordt in principe iedereen er beter van. Niet alles op deze wereld is echter geschikt voor vrije handel. Schaarse grondstoffen, zoals land, zouden op een fundamenteel andere manier behandeld moeten worden: eerlijk delen. Waarom niet gewoon verhandelen, net als “gewone spullen”?
Op zaken die niet door werken gemaakt worden, maar ons “gratis” worden aangeboden door de natuur, heeft iedereen, enkel en alleen door geboren te zijn, evenveel recht. Er is geen enkele geldige reden te verzinnen waarom sommige mensen meer aanspraak zouden kunnen maken op “de aarde” dan anderen. Meer dan je eerlijke deel van de aarde claimen kan dan ook beschouwd worden als een vorm van agressie: door dit te doen, ontzeg je een ander zijn of haar eerlijke deel van de aarde.
Iedereen heeft recht op zijn plekje op aarde (een bepaald aantal vierkante meters, of eigenlijk een bepaalde waarde aan grond) en niemand hoeft te betalen om lucht in te ademen. Wel kan men natuurlijk een deel van zijn “quotum” verhuren aan iemand die graag extra ruimte wil hebben, bijvoorbeeld om een groot bedrijf te kunnen vestigen. Vergelijk dit met een paar kinderen die elk 3 dropjes en 3 stukjes chocola krijgen. Nadat er eerlijk gedeeld is, kunnen ze ruilen omdat bijvoorbeeld de ene meer van drop houdt en de ander meer van chocola.
Een heel klein beetje geschiedenis
Dit uitgangspunt lijkt op het oorspronkelijke idee van het basis-inkomen van Joseph Charlier. Hij verzon een manier om eerlijk te delen: de overheid bezit alle grond en verhuurt deze door middel van een soort veiling. Vervolgens wordt de opbrengst hiervan verdeeld over alle mensen. Op deze manier kan iedereen zonder te werken over een even “waardevol” stukje grond beschikken. Wie met minder genoegen neemt, houdt een “basisinkomen” over om bijvoorbeeld van te lummelen.
Henry George was mogelijk de beroemdste denker over dit onderwerp. Zijn oplossing was een Grondwaarde-belasing. (Land Value Tax, LVT). Door deze te verdelen, worden mensen die geen grond bezitten hiervoor gecompenseerd. De uitdrukking Georgisme bevat zijn naam.
In het rijtje van klassieke denkers over Earth-sharing hoort zeker ook Thomas Paine thuis. Agrarian Justice schreef hij al rond 1797, dus voordat Charlier en George geboren werden.   
Weg met de strijd om je plekje op aarde
Met hard werken om mooie dingen te kunnen komen is wat mij betreft weinig mis. Het is echter niet in orde dat mensen hard moeten werken om te strijden voor hun plekje op aarde. Ik ben ervan overtuigd dat Earth-sharing niet alleen moreel juist is, maar ook het leven van de mensen die hard werken voor een laag loon veel gelukkiger zou kunnen maken. 
Afstappen van een systeem waarin veel mensen moeten leven als een opgejaagd dier om hun vaste lasten op te brengen heeft natuurlijk nog veel meer voordelen. Mensen kunnen tijd nemen om vrienden en familie ergens mee te helpen. Mensen kunnen tijd nemen om uit te rusten of iets leuks te doen. Mensen zijn niet meer de slaaf van een bank of huisjesmelker.
Natuurlijk ontken ik de praktische probleempjes van Earth-sharing niet. Ik ga  ervan uit dat een overheid per definitie altijd overal een zooitje van maakt en waarschijnlijk allerlei groepen onterecht zou bevoordelen of benadelen. En natuurlijk begrijp ik dat het voor iedereen die dit voor het eerst leest, een nogal grote stap is om te beseffen dat het “Kadaster-denken” een belangrijke weeffout is in onze samenleving. (Bij mij heeft het ook jaren geduurd voordat ik deze overtuiging deelde…) We leven echter in een tijdperk waarin de wal het schip gaat keren: de huidige prijzen voor een plekje op aarde leiden in feite tot een soort slavernij. Wie ergens wil wonen, moet met twee personen jarenlang hard werken.
Milieu en Earth-sharing
Eerlijk delen kan gelden voor de totale hoeveelheid ruimte op aarde, maar bijvoorbeeld ook voor de totale hoeveelheid fossiele brandstof die de mensheid kan verbranden zonder klimaat-gedoe. Ook hier geldt dat het principe van eerlijk delen juist is. Niets geeft de ene persoon meer recht om CO2 uit te stoten dan een ander. Op dit moment is de mate waarin je vriendjes bent met de overheid nog erg belangrijk.
Een tijdelijke oplossing?
Zolang de echte oplossing ver weg lijkt, zou een eerste kleine stap zijn om mensen die een klein beetje ruimte willen gebruiken, bijvoorbeeld om te wonen in een tiny house, op een schip of in een stacaravan, dit te gunnen. Op dit moment wordt deze groep mensen het leven zuur gemaakt met allerlei smoesjes/vervelende regels. Ten onrechte beschouwt de overheid mensen die gewoon in een huis wonen als superieur aan de mensen die genoegen nemen met een kleiner stukje van de aarde. Dit beschouw ik als bijzonder wreed. Als we de wereld eerlijk delen, zijn tiny houses echter niet meer nodig. Dan hoeft niemand meer te vechten voor een plekje op aarde.
Wanneer is een systeem voor earth-sharing geslaagd?
Mijn voornaamste doel is het duidelijk maken dat het delen van de aarde moreel juist en belangrijk is. Op welke wijze het “boekhoudkundig” georganiseerd wordt, interesseert me iets minder. Toch enkele opmerkingen over dit onderwerp.
  • Dat een club als De Overheid een rol krijgt in de boekhouding, ligt voor de hand. Dit kan echter enkel als de overheid wordt omgevormd van een club die maximaal probeert te verdienen aan de burger tot een club die het belang van de mensen dient.
  • Veel voorstanders van Earth-sharing zijn voorstander van een belasting op grondwaarde. In principe is dit idee aardig, maar enkel wanneer de opbrengst uit deze belasting hoofdelijk verdeeld wordt over de bevolking. Als het gewoon nog een extra belasting is, zie ik de lol er niet van in.
  • De overtuiging dat een “single tax” juist is, dwz uitsluitend belasting op grondwaarde, deel ik niet. Earth-sharing staat in mijn ogen los van een eventuele morele plicht om aan gemeenschappelijke zaken mee te betalen. Daarom ligt het wat mij betreft NIET voor de hand om het (eventueel fiscale) voor Earth-sharing te combineren met het financieren van een overheid. 
  • Het resultaat dient uiteindelijk te zijn dat elk mens de gelegenheid heeft om gratis over zijn/haar deel van de wereld te beschikken. De mate waarin dit lukt, geeft aan of een poging geslaagd is.